Indonesische gedragingen; enkele observaties
Nederland heeft zeer lange historische banden met Indonesië. In de persoonlijke sfeer (veel families hebben Indonesische relaties binnen de familie) en in de nationale sfeer (talloze Memoranda of Understanding). Indonesië, het land van 'De stille kracht' (Couperus), van 'Saïdja en Adinda' (Multatuli) en zo is er nog meer ‘Indonesië’ deel geworden van het persoonlijke denken en voelen van talloze Nederlanders.
De zakelijke feiten op een rij Indonesië telt,
- een oppervlakte van meer dan 1,9 mln km2 en is daarmee 25x groter dan de BeNeLux; geografisch bestrijkt Indonesië een gebied op de globe “van IJsland tot de Oeral” met uiteraard vooral veel zeewater;
- ± 13.000 eilanden (waarvan –in 1980– circa 3000 bewoond );
- circa 200 miljoen inwoners, afkomstig uit circa 300 verschillende culturen en voor ± 87% islamitisch (soennieten);
- een bruto binnenlands product van circa 300 miljard gulden en dat is ongeveer net zo veel als de nationale schuld. (pm Het Nederlandse BBP was in 1998:776 miljard gulden.)
De vele intensieve, historische en soms spanningsvolle relaties zijn aanleiding geweest tot het ontstaan van een zeker ‘Indonesisch alter ego’ aan Nederlandse zijde. Begrijpen zal een Nederlander Indonesië niet, daarvoor zijn er te veel verschillen en te veel Indonesiërs. Veel belangrijker is het om Indonesië en Indonesiërs met hoogachting, respect en attentheid tegemoet te treden; dáár een eigen gewoonte van te maken. Een gewoonte die als een tweede natuur of als een vanzelfsprekend alter ego “geactiveerd” wordt, zoals ook gewoontes van vroeger, zwemmen of fietsen bijna moeiteloos weer opgepakt kunnen worden.
Die tweede natuur uit zich door attentie en respect in kleíne dingen. Zoals? Ach, door níet de linker hand te gebruiken voor het aan nemen of geven van dingen, zoals naamkaartjes of andere belangrijke zaken. Naamkaartjes, zo is te zien, worden heel elegant met één hand en handbeweging uitgewisseld, de rechterhand. De linkerhand wordt half verborgen weggehouden om “de voorraad” naamkaartjes even vast te houden.
Westerlingen die al lang in Indonesië zijn, zíe je de linkerhand bijna op de rug houden als zij een Indonesiër de hand schudden; dat zien álle Indonesiërs óók. (Een kleine list: door bijv. een paper clip in de linker hand te houden, wordt de linkerhand vanzelf “onbruikbaar”.)
Het is te zien, door erop te letten. Sommige dingen doen denken aan de beleefdheden die ook in Nederland algemeen zijn (of waren), zoals aangeboden lekkernijen, thee of koffie pas gaan drinken als de gastheer zelf als éérste iets tot zich neemt. En ook bijv. het glas niet helemaal léég te drinken; wie dat wel doet “zégt” niet goed verzorgd te zijn door de gastheer.
Aan de andere kant, er zijn ook “kleine” nuances: leren wij om een zakdoek te gebruiken voor onze neus of om de hand voor de mond te houden als we hoesten of niezen, in Indonesië raakt dan niemand meer zijn eten aan als dat aan tafel gebeurd.
Andere dingen zijn lastiger: bedienden bijvoorbeeld, chauffeurs en (te) lage ambtenaren worden níet de hand geschud. Maar hoe zíe je dat? In een fractie van een seconde? Door goed te letten op kleding en gedrag:; in kleding onderscheid de ‘dienende’ zich van degenen die hij/zij dient en de ‘dienende’ zal nimmer het initiatief (non-verbaal) nemen om de hand te schudden.
In de sfeer van persoonlijke presentatie, zal het snel opvallen dat Indonesiërs (mannen, zeker als zij geen bedienden zijn) géén overhemden met korte mouwen gebruiken (dat doen alleen westerlingen) en het overhemd helemaal dichtknopen (zéker bij meer formele gelegenheden). Het batik overhemd met lange mouwen en dichtgeknoopte boord, geldt in Indonesië ‘formele kleding’ zoals voor Westerlingen het (avond)pak. Het is ook wellevend een compliment te maken over iemands batik hemd; het is met de grootste zorg uitgezocht en met bedachtzaamheid geselecteerd voor déze gelegenheid om het te dragen. Natuurlijk, ‘het pak’ voor mannen is ook ingeburgerd in zakelijk Indonesië, ook al is het klimaat er niet naar. Maar zodra men ‘buiten kantoor tijd is’ of ‘onder elkaar’, dan is het pak niet meer aan de orde.
En de dames? Die hebben meer vrijheidsgraden, zoals in veel landen (gelukkig). Voldoende is: decent kleden, niet te bloot van boven (decolté), geen korte rokken of blote schouders (anders omslagdoek meenemen). Geen slof-achtige sandalen (oogt slordig), open schoenen kan. Maar voor de koude gebouwen (airconditioning!!) is een katoenen of linnen jasje erg handig.
Overigens, net als in
andere islamitische landen is het zaak om altijd de voetzolen op de grond te
houden.
(bv/21-02-2002)